Als je bij een zwem- of triatlonvereniging traint, dan ken je vast wel de oefening ‘scullen’ of ‘wrikken’ (wat overigens hetzelfde is). Of de oefening torpedo – waar menig triatleet een hekel aan heeft omdat het een lastige is. Maar waar is het nu eigenlijk goed voor?
Bij zwemmen gaat het vaak over ‘watergevoel’. Water is materiaal dat niet vast is, maar beweegt. Toch kun je je wel tegen het water afzetten. Hoe meer je de eigenschappen van water snapt en hoe beter je stuwvlakken kunt maken, hoe effectiever je zwemt.
Stuwvlakken.
Eerst maar iets over die stuwvlakken. Een stuwvlak is een lichaamsdeel waarmee je tegen het water kunt duwen om vooruit te komen.
Bij de armslag zijn er twee stuwvlakken. Je handpalm en de onderkant van je onderarm. Als je je arm doorhaalt, dan moet je er dus voor zorgen dat je handpalm en je onderarm zo veel mogelijk loodrecht op het water staan om maximaal gebruik te kunnen maken van je stuwvlakken.
Aanwijzingen hierbij zijn:
- Houd je hand als het blad van een roeispaan (plat en op spanning)
- Je hand leidt de zwembeweging
- Buig je pols tijdens de doorhaal om je handpalm altijd naar achteren te kunnen laten wijzen
- En wat is het effect dan van je onderarm? Nou, zwem maar eens een baantje met je handen als vuisten, dan voel je hoeveel effect die onderarm nog heeft!
Bij de beenslag heb je ook een stuwvlak. Dat is de wreef van je voet. Om die in goede positie te zetten hebben mensen met flexibele enkels echt een voordeel ten opzichte van mensen met stijve enkelgewrichten.
Aanwijzingen hierbij zijn:
- Hou je enkels ontspannen. Tenen wijzen naar achteren, maar zonder dat je dat actief strekt.
- Maak een beweging alsof je een loszittende slipper uitschopt, met het accent op de downbeat
- Voel dat de waterdruk op de wreef van je voet zit en dat dat zorgt voor voortstuwing.
Techniekoefeningen.
Er is een aantal techniekoefeningen dat helpt om watergevoel te krijgen.
De bekendste is het scullen / wrikken, waarbij je traint wat het stuwvlak van hand en onderarm kan doen. Je ligt in buikligging en haalt je handen heen en weer door het water ‘alsof je koud en warm water mengt’. Lastig uit te leggen, dus bekijk ook even de techniekfilmpjes die we hieronder via een link met je delen.
Een fijn hulpmiddel bij scullen is de zwemmerssnorkel, omdat je dan mooi in stroomlijn kunt blijven liggen en onder water kunt zien wat je armen doen.
Bij scullen gebruik je nooit zoomers, want door de snelheid die je met de zoomers krijgt lukt het niet om de stuwing van de armen correct te voelen.
Torpedo is een uitdagende techniekoefening voor watergevoel. Je voert hem uit op je rug met de voeten in de richting waarin je zwemt. Je armen gaan boven je hoofd en daar maak je de wrikbeweging om jezelf vooruit te duwen. Een bijkomstige moeilijkheid is om de ligging stabiel en hoog te houden. Lukt dat in het begin nog niet, dan biedt een pullbuoy uitkomst.
Een oefening voor de beenslag en stuwvlak is beenslag zwemmen met een plankje, waarbij je zoomers aan hebt. Met die zoomers voel je heel goed het stuwvlak van de wreef waar het om gaat.
Voorbeeldvideo’s.
Lastig beschrijven allemaal! Een beeld erbij maakt veel duidelijk. Bekijk onze techniekvideo’s:
Veel succes met zwemmen!