Geef ze de vinger!

Eerder schreven we al eens over de insteek: hoe plaats je je hand in het water, op welk punt doe je dat, hoe beweeg je die hand vervolgens naar voren en hoe zorg je in het gehele proces voor een continu optimale plaatsbepaling? Als je iemand ziet zwemmen lijkt dit deel van de slag zo eenvoudig, maar dat is hij zeker niet! En bedenk je wel dat je tijdens de overhaal en insteek de voorwaarden creëert voor je doorhaal – bepaald niet onbelangrijk dus.

Iedereen die regelmatig zwemtraining, -analyse of -cursus volgt kent het gevoel: je denkt je insteek onder controle te hebben, je denkt je hand in de juiste richting te bewegen en toch krijg je vervolgens van de trainer te horen dat het niet goed is. Leerzaam natuurlijk, maar het kan ook frustrerend zijn omdat je zelf bijna geen zicht hebt op dit deel van de slag. Maar daar is een truc voor!

De Vraag Der Vragen: “Waar wil je naartoe?”

Het klinkt even filosofisch als flauw, maar deze vraag is van wezenlijk belang wanneer je wilt zorgen dat je optimaal insteekt en doorstrekt tijdens de borstcrawl. Daar waar de één last heeft van de befaamde cross over (één van de meest gemaakte fouten), beweegt een ander zijn handen juist te ver naar buiten. Geen van beiden is erg efficiënt. Geloof je het niet? Speel deze video maar eens in slow motion af: https://www.facebook.com/zwemanalyse/videos/527969579533488

Eén van de belangrijkste spelregels bij borstcrawl of dat iedere beweging die je maakt bij moet dragen aan je voortstuwing – logischerwijs wel in de richting waar je naartoe wilt. Laten we voor het gemak even aannemen dat dit de overkant van het zwembad is, al geldt deze zwemtip net zo hard voor zwemmen in buitenwater. En bij borstcrawl zwemmen bepalen je handen voor een groot deel waar je heen beweegt. Best belangrijk dat je dus de juiste kant op wijst!

insteek-rechtdoor

Wijzen is onbeleefd, maar van ons mag het 😉

Beweeg je je armen en handen te ver naar binnen, dan komt je hand voor je hoofd terecht. Het eerste wat je dan tijdens de doorhaal moet doen is je hand naar buiten bewegen om gebruik te kunnen maken van je stuwvlakken (hand en onderarm). Iedereen die wel eens in een roeiboot gezeten heeft weet wat er gebeurt wanneer je één peddel scheef houdt: dan ga je van je rechte lijn af. Ofwel je slaat links- of rechtsaf in plaats van dat je rechtdoor zwemt. Resultaat: je gaat slingerend door het water. Dat merk je niet altijd omdat een zwembad heerlijk overzichtelijk is (helder water, streep op de bodem…what could go wrong) maar wees eens eerlijk: heb jij ook een afwijking naar links of rechts in buitenwater? Drie keer raden waar dat door komt…

Onder Zwemanalyse-trainers wordt wel eens gekscherend gezegd dat een zwembad 25 meter lang is, maar sommigen ongeveer 28 meter nodig hebben om de overkant te bereiken. Gekheid natuurlijk, maar er zit een kern van waarheid in! Maar wat doe je hieraan?

vinger-waarheen

Geef ze dus de vinger!

Flauw he, die trainers!? Geef ze de vinger: dé methode om ervoor te zorgen dat je de goede richting op gaat met je hand is om met je middelvinger te wijzen in de richting waar je naartoe wilt. Dat lees je goed: je hand en onderarm bewegen tijdens de doorhaal achter je middelvinger aan. Een eerste voorbeeld gaven we hierboven; de beweging van je stuwvlakken zullen er altijd voor zorgen dat je lichaam in de richting beweegt waar je middelvinger heen wijst. En dit is dus je belangrijkste focuspunt tijdens de insteek: wijzen in de richting waar je naartoe wilt! Bijkomend voordeel is dat een focus op je middelvinger ervoor kan zorgen dat je elleboog niet beneden je pols zakt, je minder moeite ondervindt bij het doorstrekken en je glijfase optimaal benut en je daardoor een stuk efficiënter gaat zwemmen!

 

Reacties

Reacties

0