Als je zwemt, welke andere sporten maken je dan een betere zwemmer? We maken een top 3 voor je. Plus een bonus-suggestie onderaan.

  1. Yoga en zwemmen.

    Of een andere sport waar je lenig van wordt.
    Sporters die stijf zijn in enkels en schouders, die hebben daar met zwemmen last van. Stijve enkels zorgt voor een niet-effectieve stand van de voet. Je maakt geen stuwvlak en komt niet vooruit. Heel stijve enkels? Dan trekt de beenbeweging je zelfs achteruit. Frustrerend toch? Met lenige enkels wordt de wreef van je voet je stuwvlak en helpt de beenslag je bij je slag.
    Stijve schouders? Grote kans dat je bij de overhaal niet soepel roteert en jezelf naar beneden duwt. Zinkende benen zijn het gevolg.
    Als je geen zin hebt om naar een yoga-klas te gaan zijn er genoeg boeken over yoga, apps voor op je telefoon of tutorials op youtube.
    Yoga dus, voor lenigheid, lange spieren en lekker kunnen zwemmen.

  2. Coretraining en zwemmen.

    Bijvoorbeeld pilatus, of een andere sport waar je sterke core-spieren van krijgt.
    De basis-houding bij de borstcrawl is dat je strak in het water ligt en dat je strak roteert om je lengte-as. Heb je geen sterke corespieren, dan zwabber je een beetje door het water en dat levert extra weerstand op.
    Bovendien: bij zwemmen doe je iets met je benen en doe je iets met je armen. Maar als je het middenstuk verwaarloost, dan ontbreekt de integratie in de slag.
    Als je geen zin hebt om er je huis voor uit te gaan, dan kun je ook thuis je matje uitrollen en aan de slag met russian twists, planken etc. Let op de juiste uitvoering!
    Pilatus dus, voor een strakke stroomlijn.

  3. Krachttraining en zwemmen.

    Bijvoorbeeld bodypumt of een andere trainingsvorm waarbij je spieren opbouwt.
    Bij zwemmen heb je spierkracht nodig. Met name de fase van de doorhaal, daar gebruik je schouder-, rug- en armspieren.
    Het beste is om geen grote gewichten te gebruiken, maar meerdere herhalingen met relatief licht gewicht. En als het je lukt om de krachttraining zwem-specifiek te maken, dan ben je helemaal top bezig. Dat kan bijvoorbeeld door met een weerstandkoord de doorhaal na te bootsen.
    Krachttraining dus, om de zwembeweging effectief te kunnen maken.

Samenvattend:

Je kunt investeren in lenigheid – core-stability – specifieke kracht.
In het ideale geval heb je voor het zwemmen alle drie. Heb je beperkte tijd, houd dan deze volgorde aan. Eerst zorgen dat je lening bent. Als dat op orde is werk je aan core-stability. En daarna de krachttraining.

Bonustip: triatlon!

Het is niet echt een sport om er ‘even’ naast te doen. En het is ook niet zo dat fietsen en lopen echt ondersteunend zijn om je een betere zwemmer te maken. Maar…. heb je al eens aan triatlon gedacht? Als zwemmer heb je een streepje voor binnen de triatlon. Mensen die van origine lopen of fietsen als sport hebben zien namelijk als een berg op tegen dat zwemonderdeel. Als zwemmer ben je hier in het voordeel. Vanwege je zwemcapaciteiten hoef je je geen zorgen te maken over drukte bij de zwemstart. Je voelt je comfortabel in water en werkt zo met gemak het zwemonderdeel af. Train dus aanvulend het fietsen en lopen. Dat hoeft niet ingewikkeld. Triatlons zijn er al vanaf 750 meter zwemmen + 20 km fietsen + 5 km lopen. Qua uitrusting: investeer in goede loopschoenen. Maar een dure fiets is niet noodzakelijk. Voordeel van triatlon: Je maakt een heroische indruk en de mensen binnen de triatlonwereld zijn over het algemeen sociaal en anthousiast. Zien we je komend seizoen ergens aan de start staan? We hebben trainingstips voor starters geschreven.

 

 

Reacties

0